Mijn naam is Christa van Doesburg. Ik woon in Wormer, werk 4 dagen per week bij een aromahuis in Zaandam als commercieel medewerkster binnendienst en mijn leeftijd is 49 jaar. Ik woon samen met mijn partner Peter en onze zoon Kick.

Als 13/14 jarige ben ik begonnen met kleding maken bij het ‘Ons huis’ in Wormer. Ik kan me niet goed herinneren hoe lang ik dit heb gedaan. Een jaar, denk ik. In de jaren negentig heb ik ongeveer twee jaar in Wormerveer de Margriet/Knip cursus gevolgd. En sinds 2012 maak ik kleding onder begeleiding van Nathalie Prins-van Duin van Atelier Tanade.

Nathalie vertelde in een les over deze challenge en ik wilde mezelf eens verbazen of ik creatief genoeg zou zijn om Zaanse klederdracht te vertalen naar nu. In eerste instantie had ik mij gericht op de vrouw maar gaande weg kreeg ik inspiratie om te ontwerpen voor een man. De stof die ik voor de jas en rok heb gebruikt, is corduroy. Corduroy is rond 1860 bedacht door een man uit Manchester, Engeland. Deze stof werd vroeger gebruikt voor werkkleding. De link corduroy stof en de kleedstijl van de gegoede burgerij Zaanstreek vertaalt naar nu, maakt van mijn ontworpen kleding tijdloos.

Wat mij direct opviel aan de Zaanse klederdracht, is de versierband op borsthoogte van de vrouw. Tijdens de presentatie van Inge Bosman heb ik ook gevraagd wat het doel was van deze band. Het is niet meer dan een accessoire. Verder vond ik de zakken die los onder de rokken gedragen werd, een grappig en handig detail. De man droeg een vest/giletje met een lange jas, dat wezenlijk niet is veranderd met de tegenwoordige tijd. Vest/giletje komt voor in het driedelig pak en met een lange jas in het rokkostuum. De kniekousen met borduursel daarentegen zien we niet meer bij de man.

Het vest/giletje en de lange jas heb ik in één jas verwerkt. De voorkant is kort en de achterkant is lang. De opvallende versierband van de vrouw heb ik verwerkt in de mannenjas als sluiting met een gesp.

Verder heb ik de vrouwenrok omgezet naar een mannenrok met schort. De katoenen schort zit aan de rok vast met dezelfde rode band en gesp als de jas. De rode losse zakken zijn van katoen en hangen aan een koord.

Kniekousen waren toen de norm en vandaag de dag zijn sokken een uiting. Dankzij de lokale samenwerking met wolwinkel ´Zaans geluk´ van Judith Zeeman, zij heeft de wol gesponserd, en Caroline van ´t Veer, Caroline’s Fairytale Socks, zij heeft de sokken gebreid, heb ik mijn ontwerp kunnen completeren met sokken waarin de rode band terugkomt.